Een blog over één finance professional, twee burn-outs en drie levenslessen

“Dag meneer René, alstublieft, hier is uw bestelling,” zei de bezorger van de Chinees toen hij voor de derde keer die week een maaltijd kwam afleveren op het kantoor waar ik werkte. Voor de derde avond op rij was ik bezig met het afronden van mijn werk en ging ik voor de zoveelste keer (te) laat naar huis. Toen ik de dag na de afsluiting van het boekjaar in 2002 weer op tijd wilde opstaan om naar m’n werk te gaan ging het niet. Ik had pijn op m’n borst en dacht dat ik een hartaanval had, of zoiets. De dokter onderzocht me; hij constateerde dat er niets mis was met m’n hart, maar wel met m’n batterij. Die was totaal leeg. Hij raadde me sterk aan om het werk voor een aantal weken neer te leggen. Maar daar kon ik niet aan toegeven, er was nog zoveel te doen. “Dan zult u me het werk moeten verbieden”, zei ik. Daar kwam het hoge woord van de dokter eruit: “Ik verbied je om de komende weken te gaan werken”. Daar zat ik dan; totaal uitgeput, met een pijnlijk lijf, helemaal verdoofd. Burn-out…



Work hard, play hard

Vanaf 1999 werkte ik bij een gaaf, Amerikaans bedrijf. Een platte, snelle organisatie, met strakke deadlines, waar ik deel uitmaakte van een groep controllers uit heel Europa. Een spannende job, zeker voor de net-niet-meer-young-professional van 31 jaar oud die ik toen was. Ik was enthousiast, werkte hard en trok dingen naar me toe. Ik werd gezien, gewaardeerd, was perfectionistisch. Toen mijn leidinggevende wegging, werd mij haar job aangeboden. Ik pakte ‘m gretig aan.


Hoe harder, hoe ingewikkelder

Langzaam sloop het er in. Ik werkte steeds harder en tegelijk lieten de eindjes zich ook steeds lastiger aan elkaar knopen. Ik ging steeds vroeger naar kantoor en steeds later naar huis. De plaatselijke Chinees kende mij bij naam. Dat was een teken aan de wand. Of had het moeten zijn, maar ik zag het niet. Ook zag ik mijn vrouw en kinderen weinig en mijn vrouw begon zich zorgen te maken. En zei dat ook tegen me. Maar ik wuifde haar zorgen weg. Binnenkort zou het beter worden. Natuurlijk merkte ik m’n vermoeidheid ook wel, maar ik gaf er niet aan toe. Maar hoe harder ik ging werken, hoe ingewikkelder het eigenlijk werd. Toen kwam die ochtend en de diagnose van de dokter. Ik kon niet meer. Ik meldde me af, rolde m’n bed in en sliep wel 16 uur achter elkaar. Dagen aaneen. Nog nooit leerde ik zo’n harde les.


"De plaatselijke Chinees kende mij bij naam. Dat was een teken aan de wand. Of had het moeten zijn, maar ik zag het niet."

Les 1: Hard werken is prima, hard je grenzen aangeven ook

Wat ik mij in het half jaar erna realiseerde is, dat hard werken op zich helemaal niet verkeerd is. Maar als het niet lukt, is het veel verstandiger om aan de bel te trekken. Immers ik zelf, maar ook mijn collega’s en de organisatie hadden er meer aan gehad als ik eerder had aangegeven dat het niet lukte. Het zou ook professioneler zijn geweest. Maar ik was nog jong en enorm perfectionistisch, dus doorgaan was het credo. En ja, ook mijn ego speelde een rol; aan mezelf toegeven dat ik iets niet kon, was vreselijk. Zodoende kon ik ook niet m’n grenzen aangeven naar anderen. Een half jaar van bezinning en outplacement volgde.


Les geleerd (dacht ik)

Ik kwam weer op de been en vond rond 2003 in de aannemerij een baan. Ik had weer energie voor tien, was lid van het MT en de rechterhand van de directeur. Het leven lachte me weer toe. Ik nam veel initiatief en bemoeide me met allerlei zaken in het bedrijf. Dat hoorde bij mijn positie, vond ik. Soms pakte dat goed uit en voorkwam ik dat iets fout liep. Dan vond men mijn bemoeienis wel fijn. Maar soms ging het ook fout. Dan kreeg ik veel kritiek. Ik had me er immers ook mee bemoeid? Er iets van gevonden? En dus was het ook mijn verantwoordelijkheid.


Op de stoel van de directeur

Toen ik op een dag een overleg met een niet-functionerende projectleider afbrak en zei dat hij eerst zijn huiswerk maar eens moest doen, moest de directeur daarom lachen. Dat was nog eens duidelijke taal! Toch ging het daar hartstikke fout; híj́ had dit moeten doen, niet ik. Bovendien zette mijn actie zette steeds meer kwaad bloed in de organisatie. Mensen dachten: “waar bemoeit hij zich mee?”. Ik kreeg meer en meer kritiek (expliciet, maar vaak ook onderhuids) en ging met meer spanning naar m’n werk. Dat brak me op en toen belandde ik opnieuw op het punt dat ik moest zeggen: “het gaat niet langer, ik stap er uit.”


"Toch ging het daar hartstikke fout; híj́ had dit moeten doen, niet ik."

Les 2: Schoenmaker, blijf bij je leest

Waar het in m’n eerste burn-out in te hard werken zat, zat het in de tweede in (te veel) verantwoordelijkheid nemen voor dingen die niet van mij waren. Een soort collectieve verantwoordelijkheid die ik alleen voelde. Ik schaakte op borden die niet van mij waren. Ik kon logischerwijs steeds minder dingen goed doen. Ik liet steken vallen en als perfectionist viel me dat zwaar. Daar leerde ik een harde, tweede les: schoenmaker blijf bij je leest. Richt je allereerst op de dingen waar jij verantwoordelijk voor bent en regel die goed. Als er dan nog ruimte is, besteed die dan (en pas dan) aan andere zaken. En ook: Doe alleen de dingen waar jij echt goed in bent en de rest niet. Durf te kiezen voor je expertise en talent en schakel anderen in voor de dingen waar jij minder goed in bent. Dat is niet zwak, maar sterk. En slim.

Les 3: Reflecteer op je eigen visie en pas aan

Wanneer ik nu terugkijk zie ik dat, naast te veel uren en te veel verantwoordelijkheid, ook mijn visie op het vak zelf bijdroeg aan de burn-outs. Cijfers zijn zwart wit. Je kunt net zolang puzzelen totdat het naadloos aansluit. Daar was ik ook van overtuigd, daar ging ik voor. En wat kon ik daar (en nog steeds), vanuit m’n passie voor het vak, een tijd en energie in kwijt.


Toen was goed was voor mij niet goed genoeg; ik timmerde alles dicht. Vanuit een drive, maar ook vanuit een risico’s, onzekerheid en niet durven loslaten misschien? Vanuit die structuren (waar ik in de eerste blog van deze reeks over schreef) die me zoveel brachten maar ook in de weg begonnen te zitten? Vanuit het niet durven aanpassen van mijn ‘visieverhaal’, naar een nieuwe realiteit die zich voordeed? De les die ik leerde: durf je visie steeds opnieuw onder de loep te nemen, want iets bijschaven getuigt niet van niet groter worden maar van groei.


"Wanneer ik nu terugkijk zie ik dat, naast te veel uren en te veel verantwoordelijkheid, ook mijn visie op het vak zelf bijdroeg aan de burn-outs.


Terug naar de basis

Opnieuw stond ik stil, opnieuw moest ik bepalen: Wat nu? De gedachte aan ‘een eigen bedrijf’ drong zich opnieuw aan me op. Ik besloot dat te onderzoeken én daar actie op te ondernemen. In mijn volgende blog de geboorte van Edima, het zetten van stappen vooruit (en soms achteruit) en de lessen die ik als als mens en professional leerde tijdens mijn eerste 13 jaar zelfstandig ondernemerschap.


Contact

Herken je je jezelf in dit verhaal? Weet dat je niet alleen bent. Zoek contact. Ik ben benieuwd naar wat je te vertellen hebt. En misschien kan de ervaring en input uit mijn verhalen, je verder helpen. Meer lezen? Lees hier andere media & blogs. Zoek me hier op op LinkedIn.

496 keer bekeken0 reacties